Welcome Stranger 2

Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus, Berend Strik
12 november t/m 6 december 1992

Wandeling door het huis - Ineke Schwartz
Ook voorbijgangers merken het op. Een vreemd, lila licht schijnt uit de ramen op de eerste etage van Stadhouderskade 112 en vermengt zich met de diffuse november-atmosfeer. Binnen zet het schijnsel zich voort. De muren lijken te vibreren, de vloer gloeit. Aan de wanden kunstwerken, enkele staan op de grond: duidelijk herkenbaar als een Birza of een Strik. De enige uitweg is een blik op de straat en de woonboten buiten. Het contact wordt gelegd door een zilverkleurig object tegen het raam. Voor een tweede ‘uitzicht’ zorgt een piepkleine monitor, die tegen de ruit bevestigd is. Beelden van een gevel met ramen, waarachter dansende mensen zichtbaar zijn maken je een voyeur van een denkbeeldige overkant.
Door een kier tussen de suitedeuren valt een streepje geel licht. Een voorbode van de achterkamer, maar een glasplaat belemmert de doorgang. Knalgeel gekwaste muren, ramen en plafond scheppen een sfeer van energie, een kraakpand en de jaren zeventig. Op de vloer een pluche-achtig, kamerbreed lila tapijt met één gele stip, voor de suitedeuren slordige, gele boeketten en een fles advocaat, manshoge glasplaten tegen de muur en op de schouw een toren eierdoppen. Een kapotte ruit, een smiley in de verflaag op het raam en een draadje tegen de wand in de vorm van een ballerina. Een tekening op het plafond - een sigaarrokende man, van onderaf gezien - verschuift de aandacht naar de bovengelegen etage. Op de overloop van de tweede etage is al iets van de voorkamer zichtbaar: een enorme barokke schaal met witte bloemen. Het bloemstuk lijkt tegelijk op een bruidsboeket en een rouwboeket. In de inbouwkast trekken vier kleine super-8 projectoren luidt ratelend de aandacht. Flikkerend geven korte loops de schimmige gestaltes van de kunstenaars weer, terwijl de glasplaat tegen de muur de beeltenis van de kijkers weerspiegelt.
Dan de alkoof, donker en dreigend. Er hangt een zware lucht van sinaasappelen, kruidnagel en koffie. Tegen de wanden is een donkerbruine derrie gekwakt: koffiedik. De geur is niet onprettig, de associaties wel.
Koffiedik en kunstgras lopen door in de achterkamer. Beide stoppen abrupt in een kaarsrechte lijn. Daarna rest niets dan een stukje kale kamer. Denkruimte, rust en stilte als de witruimte van een brief.
(Verkorte versie van: Schwartz, I. (1993) Welcome Stranger, p.63,64)

De samenwerking in een breder kader - Kaulingfreks
Eén van de grote westerse ideeën die de laatste tijd aan kritiek zijn blootgesteld, is dat van het subject. Nietzsche, Deleuze, Foucault hebben het idee van de mens als denkend en veel bepalend subject ter discussie gesteld1. De ontwikkeling van de massamedia en de gelijktijdigheid die ze impliceert, maakt het moeilijk om auteurs te onderscheiden. In de netwerken van de computer circuleert de informatie vrijelijk en anoniem en wordt voordurend gemodificeerd door de gebruikers. In netwerken gelden de traditionele parameters van een informatie-stroom niet meer: er is geen lineaire ontwikkeling, geen afzonderlijke auteur, geen overzicht. Deze discussie krijgt vooral gewicht door de koppeling van het auteurschap aan het subject, die zijn wezenlijke ik in zijn woorden veruiterlijkt. Heidegger pleit voor het oude Griekse idee van het subjectum als knooppunt van ervaringen, als de plek waar iets zich voordoet2. Mijn ervaringen behoren mij niet toe; ze geschieden in mij.

Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus en Berend Strik zijn niet begonnen met een discussie over de toekomstige tentoonstelling, maar met een gesprek over de samenwerking zelf. Zij wezen vrij snel de traditionele ideeën over samenwerking af, namelijk als arbeidsdeling, zoals in een groepstentoonstelling, of als collectief, zoals in het maken van een gemeenschappelijk werk. Ze zochten naar een vorm van gemeenschappelijkheid waarin de stemmen van de anderen voortdurend veranderden door toedoen van de eigen invulling. Ze organiseerden een gesprek waarin de ideeën niet onderwerp van kritiek werden, maar waarin ze circuleerden tussen de deelnemers. Ieder van de kunstenaars vermengde als het ware de binnenkomende informatie met zijn eigen ideeën en vermoedens en bracht ze weer terug in het gesprek. Het werd aldus een netwerk. Zo ontstond een gemeenschappelijk corpus waar niemand eigendomsaanspraak op had. Tegelijkertijd waren de transformaties van deze gemeenschappelijkheid wel degelijk persoonsgebonden en ontstonden persoonlijke signaturen. Informatievelden die vrijelijk circuleerden en voortdurend wisselden door de verschillende inbrengen. Om tot zo’n samenwerking te komen was het noodzakelijk om juist niet bij de kunst en artistieke standpunten te starten, maar daar te eindigen. Eerst het netwerk opzetten, zich op elkaar afstemmen, naar de anderen luisteren en dan pas, als resultaat, een tentoonstelling maken. Ze zijn ook bewust buiten de kunst begonnen; organiseerden uitstapjes, maakten muziek, hielden gemeenschappelijke maaltijden enzovoort.
De richting van het denken werd omgedraaid: niet vanuit een ik denken, maar vanuit een netwerk. Deze omkering gebeurde echter niet alleen in het centraal stellen van de relatie, maar ook op meer artistieke gronden in het denken vanuit het huis. Het huis met zijn associaties, herinneringen, energieën en fantasieën. Zo ontstond de pronkkamer, de energiekamer, de verlengde koffiekamer. In deze sfeerruimtes hielden zich details op als de danseres, de glasplaten en de filmpjes die de persoonlijke inbreng van de kunstenaars weergaven. Zo ontstond ook de expositieruimte waar het ‘persoonlijk onvervreemdbare’ getoond en aangetoond en gelijktijdig gerelativeerd werd. Zo kwam deze tentoonstelling voor een groot deel overeen met een filosofische discussie over het eind van het subject.
(Verkorte versie van Kaulingfreks, R. (1993) Welcome Stranger, p.65-69)

1 Nietzsche, F. W. (1979) Voorbij goed en kwaad, Amsterdam, p 25
Deleuze, G. (1966) ‘ L’Homme, une existance douteuse’, (bookreview Les mots et les choses van Foucault)
Le Nouveau Observateur, Parijs. p 32-34
2 Heidegger, M. (1983) Tijd van het wereldbeeld, Tiel

Bijdrage van de kunstenaars
Bij de openingsshot van de film Welcome Stranger bevinden we ons in de claustofobische woonruimte van een spaceshuttel op doorreis. De heldin, de internationale virus-detective, Lisa Stalker is druk doende met huishoudelijke werkzaamheden aan boord van het ruimteveer. Ook in deze film is er sprake van een individu dat zich op een gegeven moment belemmerd voelt in een gestructureerde hiërarchische situatie. En komt er onvermijdelijk het moment waarop Lisa Stalker vastberaden een beslissing neemt die resulteert in een actie die strijdig is met de regels van het systeem. Door zich niet te conformeren aan het systeem dat over haar waakt en haar verzorgt, het systeem dat haar heeft gemaakt tot wat ze nu is, koppelt ze zich bewust los van de laatste ‘persoonlijke’ band die ze nog heeft en die is met moeder aarde. Lisa Stalker is nu een ‘dakloos’ personage geworden. De queeste van Lisa Stalker wordt daarmee een universele zoektocht naar een thuis dat ze nog nooit heeft gekend, maar waar ze diep in haar hart altijd naar heeft verlangd. In een totaal gecontroleerde omgeving van high-tech en menselijk vernuft is Lisa Stalker een ontworteld onpersoonlijk individu geworden, verstoten van huis en haard. Al in de eerste minuten wordt duidelijk dat Lisa Stalker de geavanceerde technologie in de spaceshuttle perfect onder controle heeft. Maar onderhuids voelen we al dat er iets mis is. Kan het zijn dat de ouderwetse koffiepot die het spontaan begeeft hier iets mee van doen heeft?

Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus, Berend Strik - voorkamer 1e etage.


Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus, Berend Strik - achterkamer 1e etage.


Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus, Berend Strik - voorkamer 2e etage.


Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus, Berend Strik - achterkamer 2e etage.

terug naar boven